Aandachtspunten voor de leerkracht

Een specifieke les over genderstereotypen, seksuele diversiteit en genderidentiteit kan nuttig zijn en verschillende doellen hebben zoals: 

  • Kennisoverdracht over het thema 
  • Empathie vergroten tegenover holebi's en transgenders 
  • Maatschappelijk debat op gang trekken 
  • etc. 

Het is belangrijk om goed op voorhand na te denken welk doel het beste bij je klas past. In groepen waar veel negatieve attitudes tegenover holebi's en trasngenders leven is het belangrijk om de empathie te vergroten. Is er weinig kennis dan is kennisoverdracht weer belangrijk...etc 

Enkele aandachtspunten:
Klasopstelling
De klassieke klasopstelling nodigt niet uit tot een persoonlijk en gemoedelijk gesprek. Een kringopstelling creëert meer openheid. Als iedereen oogcontact kan maken met elkaar, wordt er meer geluisterd. Je kan op die manier het gesprek ook beter leiden. Bij klassen waar je veel weerstand verwacht kan je er dan weer voor kiezen om de klassieke opstelling te behouden. In verhitte discussies is de klassieke opstelling minder confronterend en voelen leerlingen zich minder snel bedreigd door andere leerlingen.

Afspraken
Niet elke leerling zal er dezelfde mening op na houden. Voor sommige leerlingen ligt het moeilijk om over het holebi- en transgenderthema te praten. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Spreek met de leerlingen af dat meningen verschillen en dat iedere mening, geformuleerd op een respectvolle  manier, begrip verdient. Geef op voorhand aan welk taalgebruik je tolereert. Je reageert best kordaat op het gebruik van scheldwoorden als ‘janet’ of ‘pot of manwijf’ als leerlingen het in een negatieve context gebruiken. 

Problematiseer niet teveel en stel vragen
Maak het holebi- en transgenderthema op een positieve wijze bespreekbaar en haal het uit de taboesfeer. Dramatiseer en problematiseer niet onnodig. Geef juiste informatie. Als je het antwoord niet weet op een vraag, geef dat dan toe. Gebruik een taal die aansluit bij de leerlingen, om het thema in de leefwereld van de jongeren te situeren. Negeer schuttingstaal niet (janet, potter, nicht). Het kan een aanleiding zijn voor een goed gesprek. Erken de visie van leerlingen en neem ze ernstig. Probeer ze wel te verdiepen. Wat denken de leerlingen precies? Waarom?  Hebben de leerlingen echte argumenten voor hun stellingen?